Share
Terug naar overzicht
Jacht op verborgen schatten
Thumbnail

Onvermeld vermogen in het buitenland blijft een probleem, maar dit onderzoeken ligt voor gemeenten vaak gevoelig omdat ze bang zijn te worden teruggefloten. ­Bijvoorbeeld vanwege discriminatie. Waar liggen de valk­uilen en hoe zijn die te omzeilen?


Scope

‘Haal niet één specifieke populatie eruit, maar zoek op andere risicofactoren’, zegt specialist Intake Carolien de Brabander van het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF). ‘Houd rekening met alle facetten en kom op basis van je populatie tot een bepaalde scope. Ik zou zelf vakantiegedrag doen.’ Bijvoorbeeld als mensen in een of meerdere kalenderjaren voor langere tijd naar hetzelfde land op vakantie gaan.

 

865 onderzoeken

Het IBF, onderdeel van het UWV, deed in de afgelopen jaren onderzoek voor zo’n 190 gemeenten. In 2018 verrichte het bureau 865 onderzoeken en verreweg het grootste deel – 448 – was naar verzwegen vermogen.

 

Grote daling

Er werd in 2018 ruim 3,2 miljoen euro aan onvermeld vermogen getraceerd (wat overigens niets zegt over hoeveel geld er onterecht uitgekeerd is). In 2017 was dat bijna 3,4 miljoen euro, maar in 2016 6,3 miljoen euro. Wat verklaart de grote daling? Blijkbaar was er een specifieke casus in 2016 waarin het IBF bijna 700.000 euro traceerde.

 

Polen

Maar er was in sommige landen ook sprake van ‘veranderende onderzoeksmogelijkheden’. Voor het onderzoek in het buitenland werk het IBF via ambassades in vier landen – Turkije, Marokko, Suriname en Spanje – waar Nederland sinds lange tijd een band mee heeft. Daar worden ­attachés ingezet. In de overige landen werken ze met zusterorganisaties en vertrouwenspersonen zoals lokale advocaten. In sommige landen verloopt dat goed. ‘Polen loopt heel erg goed’, zegt De Brabander. ‘Het is een van de onderzoekslanden die in opkomst is, daar krijgen we steeds meer verzoeken voor.’ In de afgelopen drie jaar verrichte het IBF daar respectievelijk 22, 13 en 42 onderzoeken. In 2018 traceerde het IBF in Polen 470.000 euro.

 

Marokko en Turkije

In andere landen loopt het moeilijker. De landen die zorgen voor de terugloop van het getraceerde vermogen zijn Marokko en Turkije. Met name Turkije komt vaak ter sprake in dit opzicht (hoewel ze bij het IBF graag benadrukken dat ze in veel meer landen onderzoek doen). Hier spelen voor gemeenten natuurlijk de CRvB-uitspraken over discriminatie.

 

Moeilijk uit te leggen

Maar er is nog een bron van spanning. Er zijn particuliere onderzoeksbureaus die ook voor gemeenten in het buitenland aan de slag kunnen. Het IBF werkt via de officiële kanalen, maar particuliere bureaus hoeven zich daar niet aan te houden. ‘De attaché sociale zaken die vanuit de ambassade werkt, werkt volgens de afspraken die gemaakt zijn met bijvoorbeeld de directeur van het kadaster’, zegt De Brabander. ‘Zijn medewerkers geven aan wie zij zijn en voor wie zij werken en vragen alleen informatie op met een machtiging van de te onderzoeken persoon.’ Een particulier bureau schakelt een lokale advocaat in die direct naar het kadaster stapt. Dat kan tot verontwaardiging leiden. ‘Het is aan Turkse instanties moeilijk uit te leggen dat ­Nederlandse gemeenten autonoom zijn.’

 

Beslissend

‘Het IBF zegt vaak dat particuliere bureaus het verzieken’, zegt Jo Minkenberg, projectleider van Bureau Buitenland, een van de commerciële bureaus waar het IBF het over heeft. Bureau Buitenland richt zich uitsluitend op Turkije. Over de rechtmatigheid van gedane vermogens­onderzoeken voor gemeenten verwijst Minkenberg naar vier uitspraken van de CRvB waarin werd geconcludeerd dat ­Nederlandse gemeenten in Turkije verkregen bewijs mochten gebruiken om bijstand in te trekken en terug te vorderen. ‘Het Nederlands recht is in casu beslissend!’ schrijft hij op de website.

 

Snelheid

Minkenberg claimt juist meer snelheid te bieden dan het IBF. Die snelheid is vaker punt van discussie. ‘Een aantal gemeenten zegt eigenlijk ontevreden te zijn over het IBF’, vertelde GroenLinks-Kamerlid Renkema in februari aan staatssecretaris Van Ark (Sociale Zaken, VVD), ‘omdat het allemaal veel te lang duurt’. Het IBF hoort dit vaker en verwijst als repliek naar de wapenfeiten: in de laatste vijf jaar onderzoek gedaan voor zo’n 190 gemeenten. En in 2018 zo’n 3,2 miljoen euro getraceerd in tal van landen.

 

Kansen

Volgens Minkenberg laten gemeenten veel kansen liggen. Hij vermoedt dat dat is vanwege gebrek aan mankracht of vanwege politieke gevoeligheid. ‘Helaas wordt er niet zelden ten onrechte een beroep gedaan op schending van diplomatieke verhoudingen of internationale spanningen.’

 

Aan de slag

Het IBF herkent dat beeld niet. ‘Onze ervaring is dat gemeenten wel degelijk aan de slag gaan met de bewijzen die we aandragen’, zegt De Brabander. De bewijzen uit Turkije en Marokko komen komende jaren hopelijk weer op het oude niveau: door een machtigingsprocedure krijgt het IBF weer medewerking in Turkije en met Marokko is een werkwijze voor vermogensonderzoek afgesproken.

 

Verbetering

Gemeenten kunnen zelf wel onderdelen verbeteren, zegt De Brabander. ‘Sommige gemeenten komen direct naar ons toe, maar als je eerst zelf het gesprek met de klant aangaat kun je al veel bereiken. En gemeenten kunnen stappen zetten door niet alleen op individuele meldingen af te gaan, maar door ook thematisch onderzoek te doen.’

Dit is een ingekort versie van het verhaal. Lees de complete versie deze week in BB21 (inlog).

Reageer op dit artikel
Uw naam Verplicht veld
E-mail adres Verplicht veld
Functie
Reactie Verplicht veld