Share
Terug naar overzicht
Burgerinitiatieven haperen in krimpgebieden
Thumbnail

Krimpgemeenten werpen – onbedoeld – obstakels op tegen burgerinitiatieven. Uitgerekend in gebieden waar ambtenaren en bestuurders wel wat hulp van bewoners kunnen gebruiken, wordt burgerkracht nauwelijks benut. ‘De gemeente is als zand in de goedlopende machine van een initiatief.’


Juist in krimpgebieden hoge verwachting

Dat stelt Bas Snoeker, masterstudent Planologie aan de Universiteit Utrecht na onderzoek onder gemeenten in de drie krimpgebieden, Noordoost Groningen, Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen. Volgens hem staan gemeenten onvoldoende open voor (bottom-up) initiatieven van de burger en stranden plannen al snel in het gemeentehuis. ‘Dat het voor gemeenten lastig is om goed met burgerinitiatieven om te gaan, is bekend. Maar juist in krimpgemeenten zou je verwachten dat plannen van bewoners die iets willen doen voor hun wijk met open armen worden ontvangen.’

 

Ondersteunende ambtenaar

Dat valt dus tegen, constateert Snoeker, die voor zijn onderzoek onder andere in negen gemeenten interviews afnam. Het begint ermee dat de gemeenten geen visie hebben op burgerinitiatieven. Opmerkelijk, vindt hij dat. Vooral omdat blijkt dat burgerinitiatieven wel van de grond komen als ambtenaren die ondersteunen, bijvoorbeeld door mee te denken, kennis te bieden en mogelijkheden te zoeken. Snoeker suggereert dat een gemeentelijke intermediair een belangrijke schakel tussen burger en organisatie kan vormen. Dat zou goed passen in het pakket van de wijk- of gebiedsregisseur, meent hij.

 

Regels remmen af

Een ander obstakel is dat gemeentelijke procedures en regels de initiatieven afremmen, vooral te gedetailleerde bestemmingsplannen. Dat is geen opzet; gemeenten zijn wel bereid om beleid aan te passen, maar de procedures en tijd die dat vergt, ontmoedigt de initiatiefnemers. ‘Dat geldt ook  voor de plankosten die sommige gemeenten dan bij de plannenmakers in rekening willen brengen.’

 

Omgevingsplan biedt nieuwe kansen

Hoewel gemeenten in beginsel positief staan tegenover bottom-up initiatieven, komen ze niet van de grond, concludeert Snoeker. Soms zijn de plannen zelf niet goed genoeg, maar vaker is het de conservatieve houding van de gemeente of het gebrek aan visie en overleg met burgers waardoor waardevolle plannen sneuvelen. Minder gedetailleerde en rigide regelgeving zou al helpen. ‘Het omgevingsplan, dat straks het bestemmingsplan vervangt, biedt wellicht kansen.’

Reageer op dit artikel
Uw naam Verplicht veld
E-mail adres Verplicht veld
Functie
Reactie Verplicht veld
Reacties (3)
  • Ellen Kiewiet (Coördinator Economische Zaken Recreatie en Toerisme gemeente De Marne) 18 juli 2014, 06:01 Waarom nou een zo eenzijdige ongenuanceerd artikel? Er zijn genoeg voorbeelden waarin gemeenten uitstekend samenwerken met de inwoners en zo gezamenlijk mooie projecten tot stand brengen. Natuurlijk zijn er barrières te slechten maar dat geldt voor beide kanten. Zowel bij de burgers als bij de overheden. Beide partijen moet hun identiteit opnieuw uitvinden en de rolverdelingen in de samenwerking herijken. En daarbij hebben beide partijen hun kracht en hun beperkingen. Het is een hand in hand gebeuren waarbij dingen alleen tot stand komen door te doen, te ondervinden en aan te passen en leren along the way. Open mind and hands on.
  • Jan (zelf standig) 4 juli 2014, 13:17 Ambtenaren leven in een andere wereld.

    Burgers, Ambtenaren.Beroepen in het leger.
    En buitenlanders hebben ieder hun eigen cultuur
  • Simon Jelsma 4 juli 2014, 10:02 Burgerinitiatief of overheidsinitiatief, het gaat er om dat goede initiatieven leiden tot resultaat. Resultaat ten behoeve van de samenleving. Dit geldt in krimpgebieden maar evenzeer daarbuiten. De inmiddels diepgewortelde scheiding tussen burger en het instituut Overheid maakt het echter heel moeilijk samen naar die resultaten toe te werken. De afstand tussen burger en overheid wordt (bewust of niet) om vele redenen van twee zijden in stand gelaten. Zaken als (gebrek aan) vertrouwen, belang, angst, verantwoordelijkheid maken het kennelijk moeilijk die scheiding te overbruggen. Toch zijn er ook tal van goede voorbeelden aan te wijzen waar de burger het initiatief pakte en wel successen boekte.

    Uit een discussieavond die ik vorig jaar samen met een collegea uit interesse voor het onderwerp organiseerde voor een ‘willekeurige’ groep burgers is wat dit betreft ook veel hoop te putten. Doordat er (bewust) geen bestuurders of ambtenaren waren uitgenodigd ontstond er geen gevecht van aanval en verdediging en snel werd duidelijk dat burgers zelf heel goed weten wat ze nodig hebben en wat ze daar zelf aan kunnen en ook willen doen. De overheid werd heruitgevonden en werd in de gesprekken weer een verlengstuk van de samenleving. Belangrijk was dat wij als initiatiefnemenrs van de avond vanuit onze (gemeentelijke) ervaring weten hoe de overheid werkt en welke krachten daar spelen. Niet als verdediger van en zeker niet als onderdeel van de overheid maar wel met inzicht in die overheid konden wij als medeburgers kennelijk een brug slaan. Een brug die goed te verankeren is aan de burgerzijde maar die ook goede oplegpunten nodig heeft bij de overheid.

    In reactie op het artikel wil ik dan ook vooral aangeven: Wees voorzichtig met een gemeentelijke intermediair. Een ‘burger’, met kennis van en begrip voor de gemeentelijke overheid, bouwt steviger en vernieuwender bruggen dan de ambtenaar die ‘verdacht’ is en op voorhand aan meer regels is gebonden.